Karper

karperKarpers zijn te verdelen inwilde en gekweekte karpers.
De wilde karper is slank en torpedovormig.De gekweekte karper heeft een hoge rug.
Alle karpers hebben een bek die vrij ver uitstulpt, met twee paar baarddraden op de boevenlip.

Kleur : bruin-groen tot grijs-blauw met flanken die bronsbruin tot goud-geel zijn.Blauwachtige vinnen met een rode gloed en geelachtige orgen met donkere pupillen.
Lengte : karpers kunnen tot meer dan een meter lang worden.
Gewicht : ze wegen dan ruim 20 kg.

Er zijn vier soorten karpers:
schubkarper met kleine regelmatige schubben over het hele lichaam;
rijenkarper met een rij evengrote schubben op de zijlijn;
spiegelkarper met schubben van verschillende grootte, onregelmatig
verspreid over het lichaam;
lederkarper met zeer weinig tot geen schubben.

Zo vang je hem

Vooral in de zomer en nazomer is het goed vissen op karper.
De beste tijd is ‘s morgens vroeg, ‘s avonds laat en zeker ook ‘s nachts. Op karper vis je met aas op de bodem, dicht bij de oever. Als aas kan je gebruiken aardappel, deeg, kaas. mais, trouviet en wormen. Soms heb je geluk en kan je een karper vangen met een drijvende korst brood. Je moet wel oppassen dat er geen eenden in de buurt zijn.
Bijna altijd wordt een werphengel gebruikt. Soms met een dobber, maar meestal met een schuiflood en beetverklikker. Er bestaan speciale electronische beetverklikkers. Als aas wordt dan een deegballetje (bolie) gebruikt, dat aan de haak wordt gehangen met een dun draatje : een hair-rig. Karperhengels zijn 3 tot 4 meter lang en dragen een karpermolen, die een lijn van 25/00 tot soms wel 35/00 milimeter dik .