Snoek

snoekDeze slanke vis heeft een cilindervormig lichaam met een brede, platte kop.
De rug-en anaalvin staan ver naar achter en lijken veel op elkaar. In de bek heeft de snoek veel grote en kleine tanden, die schuin naar achteren staan. ade kleur is aangepast aan de omgeving.

Kleur : van helder groen tot geel-bruin en grijsachtig. De ogen zijn donker met een gele rand.
Lengte : bij de snoeken worden de wijfjes groter dan de mannetjes. De mannetjes worden niet groter dan zo’n 90 cm, 
de wijfjes tot 135 cm.

In nederland leeft in bijna elk water wel snoek. Helder, plantenrijk water is voor een goede snoekstand van belang. In stromend water staan ze bijna op traag stromende gedeelten. In kanalen, riviren, plassen en sloten zijn snoekn het best te vangen langs rietkragen, lelie-velden en op plaatesen waar verschillende wateren in elkaar uitkomen. In meren en plassen van je de grotere snoeken op de diepere plaatsen.

Zo vang je hem.

Vissen op snoek lukt het beste in de zomer en het najaar. Een actieve manier van vissen met de werphengel is vereist. De dikte van de lijn wordt bepaald door het viswater. Voor onbegroeid eater gebruik je een lijn met een dikte van 25/00 milimeter. In water met veel plantengroei 35/00. Als aas kan je een dode aasvis gebruiken, zoals haring of makreel. Deze geven een sterke geur af. Ook zijn er veel soorten kunstaas; spinners, lepels, pluggen, twisters en jigs. Niet voor niets hebben snoekhengels namen als spin – of plughengel. De snoek is een echte jager.

Daarom moet het aas door het water worden gesleept, zodat het op een levende vis lijkt. Hoe beter dat lukt hoe groter de vangkans.
Het aas wordt altijd met een kort staallijntje aan de haak vastgemaakt, om de lijn te beschermen tegen de scherpe tanden van de snoek .