Baars

baarsOok deze vis komt vrijwel in alle wateren voor.
Vaak vind je hem dicht langs de kant bij ritkragen, stenen kanten,kademuren, ducdalven of houten beschoeiingen.
Kleur : donkerbruin tot bronskleurig grijs en af en toe zelfs goudkleurig. Donkere dwarsstrepen van kop tot staart en helrode of oranje vinnen. De eerste rugvin heeft een aantal harde stekels en de kleur is grijsbruin.

Lengte : tot ongeveer 50 cm.
Gewicht : tot ongeveer 2 kilo.
Vangkansen : het gehele jaar.

Zo vang je hem.

Een hengel van 3 tot 6 meter is prima geschikt en door er een of twee delen af te halen krijg je een kort hengeltje om dicht onder de kant mee te kunnen vissen. Een lijndikte van 16/00 of 18/00 is prima. De dobber mag niet te lang zijn want er wordt bijna altijd in ondiep water gevist. Slanke pennetjes hebben de voorkeur.

Haakmaat 8 of 10 en als aas een worm of een paar maden. Met dit aas aan de haak kan het ook gebeuren dat er in de plaats van een baars een aal of een pos bijt. Deze laatste lijkt een beetje op een baars maar heeft geen strepen.

Z’n kleur is lichtbruin met kleine zwarte stipjes en op de kieuwen zitten ook stekels. Hij wordt meestal niet groter dan een centimeter of vijftien. Baarzen pak je beet door met de natte hand de stekels naar achteren te duwen.

Angezien baarzen het aas altijd snel inslikken moet je niet te lang wachten met aanslaan Heeft hij toch geslikt, knip de lijn dan zo dicht mogelijk bij de haak af en laat de vis weer zwemmen. Met een werphengel en kunstaas als spinner, twisters en jigs lukt het ook.